Zeker slagen voor je havo-examen geschiedenis

Op dinsdag 12 mei 2026 start het Geschiedenisexamen voor de havo. En ja, Geschiedenis is geen vak dat je eventjes leert. Voor dit vak moet je echt veel oefenen. Gelukkig geldt: hoe meer je oefent met examens, hoe makkelijker het wordt. Door regelmatig te oefenen onthoud je de stof beter en weet je straks precies waarom propaganda zo’n belangrijke rol speelde in de eerste helft van de 20e eeuw. 

Header_geschiedenis-havo

Historische contexten en kernvragen 

1. Het Britse Rijk (1585-1900) 

  • Op welke manieren ontwikkelden zich de Engelse koloniën in de Amerika’s (1585-1833)? 
  • Waardoor werd India in de 19e eeuw de belangrijkste kolonie binnen het Britse Rijk (1765-1885)? 
  • Welke rol speelden de koloniën in sociaal-economische ontwikkelingen in Groot-Brittannië (1750-1900)? 

2. Duitsland in Europa (1918-1991) 

  • Wat leidde tot de opkomst van het nationaalsocialisme en welke gevolgen had dit voor Duitsland en Europa (1918-1945)? 
  • Hoezeer beïnvloedde het ontstaan en verloop van de Koude Oorlog de geschiedenis van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog (1945-1961)? 
  • Wat verklaart de hereniging van beide Duitslanden en hun succesvolle integratie in Europa (1961-1991)? 

3. Nederland (1948-2008) 

  • Waardoor veranderden de maatschappelijke verhoudingen in Nederland van 1948 tot 1978? 
  • Waardoor veranderden de maatschappelijke verhoudingen in Nederland tussen 1978 en 2008? 

4 tips voor je eindexamen geschiedenis 

1. Punten bij het examen 

Het aantal punten bij een vraag vertelt je vaak precies hoe uitgebreid je antwoord moet zijn. Bij een vraag van 2 punten volstaat meestal één onderdeel, zoals een voorbeeld, argument of begrip. Krijg je 3 punten, dan wordt er van je verwacht dat je drie onderdelen noemt: bijvoorbeeld een naam, een begrip of een gebeurtenis, aangevuld met twee voorbeelden of argumenten. 

Voor 4 punten moet je vaak twee begrippen of personen uitleggen, inclusief bijbehorende voorbeelden of toelichting. En bij de grote vragen van 5 punten of meer komen meestal meerdere stappen kijken: je licht eerst een onderdeel of bron toe, en beoordeelt die daarna op bijvoorbeeld betrouwbaarheid en bruikbaarheid. Zo geeft het puntensysteem je eigenlijk een handig houvast om te weten hoe gedetailleerd je antwoord moet zijn. 

2. Zo beoordeel je een bron 

Bij bronvragen is het belangrijk dat je de bron goed analyseert. Let op: 

  • Wat voor soort bron is het? 
  • Uit welke tijd komt de bron? 
  • Waar komt de bron vandaan? 
  • Wat is bekend over de maker? 
  • Wat zegt de inhoud van de bron?
  • Hoe betrouwbaar is de bron? 
  • Is de maker representatief voor de groep waarvan hij/zij deel uitmaakt? 
  • Hoe bruikbaar is de bron? 

3. Begrijp de vraagformulering 

Op het havo-examen geschiedenis zijn de woorden in de vragen erg belangrijk, omdat ze aangeven wat er van je verwacht wordt in je antwoord. Bij vragen met woorden als “Leg uit” of “Beredeneer” gaat het erom dat je laat zien hoe iets werkt of waarom iets gebeurde, door een verband te leggen of een redenering te geven. Bij “Ondersteun deze bewering” gebruik je bewijs, bijvoorbeeld uit een bron of met een voorbeeld, om je antwoord te onderbouwen. Vragen als “Noem een kenmerk, argument, reden of maatregel” zijn concreet en vragen dat je precies het gevraagde onderdeel noemt. Soms vraagt een vraag je om een verschil van mening te tonen, waarmee je laat zien dat je verschillende perspectieven begrijpt, of om gebeurtenissen in de juiste volgorde te plaatsen, wat inzicht in de tijdlijn vraagt. Wanneer er gevraagd wordt om iets toe te lichten door voorbeelden, verbind je je uitleg met concrete voorbeelden zodat je antwoord duidelijker wordt. 

Door de betekenis van deze vraagwoorden goed te begrijpen, weet je precies wat de examinator verwacht en kun je je antwoord op een gestructureerde manier opbouwen.  

4. Tip om een vraag goed te beantwoorden: OUD-methode 

O = Omdat: herhaal de vraag in je antwoord en leg uit met 'omdat' 

U = Uitleg: hier geef je de uitleg. Vertel wat er precies gebeurde en waarom, met historische voorbeelden 

D = Daarom/daardoor: eindig je antwoord met 'daarom' of 'daardoor' + een korte samenvatting van de vraag 

Geschiedenis wordt een stuk leuker zodra je doorhebt hoe de vork in de steel zit. Het vak gaat niet alleen om feiten kennen, maar vooral om verbanden zien, gebeurtenissen begrijpen en je antwoorden goed onderbouwen. Door te oefenen met examenopgaven en te letten op de vraagformulering, weet je precies wat er van je verwacht wordt. In de Examenbundel vind je bovendien nog veel meer tips over deze onderwerpen, voorbeelden van vraagtypes en handige strategieën om vragen tijdens het examen goed te beantwoorden.  

Zo ga je vol zelfvertrouwen het examen in, met een helder overzicht van de stof en een duidelijk idee hoe je je antwoorden het beste kunt opbouwen. Met als doel natuurlijk zoveel mogelijk punten scoren op je examen.