Aardrijkskunde is geen vak waar je keihard voor moet stampen. Het is een vak waar je slim moet kijken. En toch gaat het daar vaak mis: niet omdat je niks weet, maar omdat je net langs de vraag antwoordt. Het examen draait om toepassen. Je krijgt kaarten, grafieken en bronnen en moet laten zien dat je snapt wat je ziet en waarom dat zo is.
Dit wil je weten voor je aardrijkskunde-examen

Eerst kijken, dan pas lezen
Bij aardrijkskunde staat er bijna altijd iets visueels bij de vraag. Een kaart. Een grafiek. Een tabel.
Begin daar. Wat valt op? Verschillen? Patronen? Richtingen? Pas daarna lees je de vraag. Je hebt kans dat je sneller fouten maakt als je deze stap overslaat.
Focus op de kernpunten: zo maak je sterke antwoorden bij aardrijkskunde. Meer tekst is niet altijd beter; soms werkt een beknopt antwoord juist in je voordeel.
Lees de vraag goed en bepaal:
- wat willen ze precies weten?
- moet je verklaren, beschrijven of vergelijken?
Eén duidelijke oorzaak met uitleg is vaak beter dan drie halve antwoorden.
Begrippen zijn handig, geen verplichting
Ja, aardrijkskunde zit vol begrippen. Maar je hoeft ze niet te gebruiken “omdat het moet”.
Gebruik een begrip alleen als:
- je weet wat het betekent
- het past bij de vraag
- het je uitleg sterker maakt
Twijfel je? Leg het liever normaal uit in je eigen woorden.
Schaalniveau: hier gaat het vaak mis
Een antwoord kan inhoudelijk kloppen, maar alsnog fout zijn omdat het niveau niet klopt. Check altijd even:
- gaat het over een stad, land of de hele wereld?
- is mijn uitleg lokaal, nationaal of mondiaal?
Dit kleine checkmoment kan je echt punten schelen.
Oorzaak + gevolg horen bij elkaar
Veel vragen draaien om waarom iets gebeurt en wat dat veroorzaakt. Alleen één van de twee noemen is meestal niet genoeg. Denk dus automatisch in:
- oorzaak → gevolg
- mens → natuur
- korte termijn → lange termijn
Dat helpt je antwoord scherp te houden.
Waarom oude examens oefenen zo veel oplevert
Als je een paar oude aardrijkskunde-examens hebt gemaakt, zie je het meteen: de vragen lijken op elkaar. Andere gebieden, andere kaarten, maar dezelfde manier van vragen stellen. Door te oefenen met oude examens uit Examenbundel:
- Herken je sneller wat ze van je verwachten
- Raak je gewend aan kaarten en grafieken
- Weet je hoeveel je moet opschrijven
Maak eens één examen helemaal achter elkaar en kijk daarna vooral waarom iets fout ging. Daar leer je het meest van.
Hoe je dit slim aanpakt
Aardrijkskunde leer je niet door alleen te lezen. Wat wel werkt:
- Actief oefenen met begrippen
- Kaarten en grafieken bekijken en uitleggen
- Oude examenvragen maken
- Letten op hoe antwoorden beoordeeld worden
Zo train je jezelf in examen denken.
Tot slot
Aardrijkskunde is geen stampvak. Het is een vak waarbij rustig kijken en gericht antwoorden het verschil maken. In de Examenbundel Aardrijkskunde oefen je met echte examenvragen, precies zoals ze op het examen komen. In Mijn Examenbundel kun je extra oefenen en met de oriëntatietoets checken waar je staat. Gebruik Samengevat om alle examenstof op een rij te hebben of ga voor de complete examenvoorbereiding met het Voordeelpakket. Alle hulpmiddelen voor het examen aardrijkskunde vind je hier.





