Op vrijdag 22 mei 2026 is het geschiedenisexamen voor het vmbo. Geschiedenis leer je niet even snel, oefenen is echt belangrijk. Hoe vaker je oude examens maakt, hoe beter je de stof begrijpt en kunt toepassen. Zo weet je straks niet alleen de feiten, maar snap je ook waarom de Eerste of Tweede Wereldoorlog zulke grote gevolgen had.
Alles wat je moet weten voor het geschiedenisexamen vmbo (mavo)

De onderwerpen:
- Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848)
Historisch overzicht (vanaf 1900), waarin opgenomen de verrijkingsdelen:
- Het communisme in de Sovjetunie (1917-1941)
- Indonesië als voorbeeld van dekolonisatie (1942-1949)
Tips waarop je moet letten bij het beoordelen van informatie/bronnen
Bron en vraagstelling
Bij het beoordelen van een bron stel je jezelf de volgende vragen:
- Wat voor soort bron is het?
- Uit welke tijd komt de bron?
- Waar komt de bron vandaan?
- Wat is bekend over de maker?
- Wat staat er precies in de bron?
- Hoe betrouwbaar is deze bron?
De vraagstelling bepaalt ook waar je in de bron naar moet kijken.
Feit en mening
Je moet het verschil weten tussen een feit en een mening.
- Een feit is iets wat is gebeurd en wat je kunt controleren.
- Een mening is een standpunt - hierover kunnen mensen van mening verschillen.
In examens wordt vaak gevraagd om dit van elkaar te onderscheiden.
Oorzaak en gevolg
Je moet kunnen uitleggen wat een oorzaak is en wat een gevolg is.
Voorbeeld:
Oorzaak: Europese landen sloten bondgenootschappen en er waren veel spanningen tussen grootmachten.
Gevolg: De Eerste Wereldoorlog brak uit in 1914.
Interpretatie
Interpretatie betekent dat je na het bestuderen van één of meerdere bronnen de informatie kunt verwerken in een duidelijke uitleg.
Je gebruikt de gegevens uit de bron om een vraag te beantwoorden of een verklaring te geven.
Inleving en standplaatsgebondenheid
Bij geschiedenis wordt van je verwacht dat je je kunt inleven in mensen uit een andere tijd. Je moet begrijpen waarom mensen toen bepaalde keuzes maakten en hoe hun omstandigheden hun gedrag beïnvloedden.
Standplaatsgebondenheid betekent dat jouw kijk op het verleden wordt beïnvloed door de tijd waarin jij leeft, je achtergrond en je normen en waarden.
Voorbeeld:
Een handelaar of bestuurder uit de 17e eeuw vond het normaal dat Europese landen koloniën hadden. Vanuit zijn tijd betekende dit economische groei en macht. Vanuit ons perspectief nu zien we kolonialisme vaak als ongelijk en onrechtvaardig.
Veranderingen (discontinuïteit) en dingen die hetzelfde zijn gebleven (continuïteit)
Bij geschiedenis kijk je niet alleen naar wat er is veranderd, maar ook naar wat hetzelfde is gebleven.
Discontinuïteit betekent dat er een duidelijke verandering plaatsvindt, bijvoorbeeld een nieuwe wet, een oorlog of een politieke verandering.
Continuïteit betekent dat bepaalde kenmerken, regels of gebruiken juist blijven bestaan, zoals tradities, religie, staatsvormen of sociale structuren.
In een examen moet je vaak aangeven of iets een verandering of juist een voortzetting is en dat uitleggen met een historisch voorbeeld.
Voordeelpakket = alles-in-1 voorbereiding op je geschiedenis-examen
Het Voordeelpakket combineert Examenbundel, samengevatte theorie in de Samengevat, online oefenmateriaal en de Examenbuddy om vragen te stellen. Zo heb je alles bij de hand voor een gestructureerde en effectieve voorbereiding.





